Programma HART College symposium

7e Hartcollege Symposium; Liefdevol vakmanschap

 

Op 9 oktober 2026 is alweer het 7e Hartcollege Symposium. Dit keer voor het eerst door Stichting DIS Klas georganiseerd. Kosten voor dit symposium zijn € 50,–.

Traditiegetrouw wordt het symposium ingericht op basis van het laatste CELEVT Congres van 25 oktober 2025.

Om als behandelaar en cliënt samen een weg te vinden in de behandeling van Complexe Posttraumatische Stressstoornis (CPTSS) en Dissociatie bij Vroegkinderlijke Chronische Traumatisering (VCT) is een kunst. Het vraagt om grote inzet en om liefdevol vakmanschap: professioneel, betekenisvol en met warmte. In de ontwikkeling van werkzame behandeltrajecten vraagt het ook om een creatieve ruimte voor wetenschap, dagelijkse behandelpraktijk, ervaringskennis en innovatie.

De uitdaging is om binnen de complexiteit van vaak samenhangende problemen een balans te vinden tussen wetenschappelijk geprotocolleerde behandelingen en in de praktijk werkzaam gebleken meer innovatieve behandelinterventies. Het gaat om maatwerk en integratief behandelen. Niet één gestandaardiseerde benadering maar meerdere unieke oplossingen om aan verschillende zorgvragen in diverse levens- en behandelfasen te beantwoorden.

Er zijn inspirerende voorbeelden van integrale behandeltrajecten waarin wetenschappelijk onderbouwde behandelprotocollen in de praktijk worden gecombineerd met ondersteunende behandelvormen, complementaire behandelingen en aanvullende geneeswijzen.  In dit symposium nemen wij je graag mee in deze boeiende en inspirerende ontwikkelingen. Je maakt kennis met achtergronden, wetenschap en praktijk.

Programma:

Dante studeerde af als sociaal pedagogisch hulpverlener en studeert rechten en gezondheidspsychologie, met een bijzondere interesse in victimologie en ethiek. Zij werkte in de jeugdhulpverlening en binnen het asiel-, straf- en slachtofferrecht.

Dante onderzoekt en belicht de betekenis van eerherstel na trauma, herstel van de menselijke waardigheid, met bijzondere aandacht voor secundaire schade die kan ontstaan in hulpverleningsrelaties. Haar werk richt zich op de impact van vroegkinderlijk trauma, machtsdynamieken en relationele processen in institutionele context, zowel voor mensen die hulp ontvangen als voor professionals die binnen deze context werkzaam zijn.

Momenteel ontwikkelt zij Majlief, een initiatief waarin verhalen, kunst en professionele inzichten samenkomen. Een plek van verbinding, wederkerigheid, reflectie en dialoog, waar gesproken kan worden over wat trauma, hulpverlening en heling met mensen doet. Een ruimte om te onderzoeken wat er nodig is om deze beter aan te kunnen laten sluiten bij de ervaringen van mensen met vroegkinderlijk trauma.

Titel van de lezing:

“Neem mij maar met je mee”: verbinding als tegenkracht tegen trauma – traumasensitiviteit voorbij.

Toelichting

Trauma betekent wond. Sensitiviteit betekent afgestemd zijn op. Verbinding betekent in relatie staan met. Als bij mensen met trauma de wond vooral zit in het vermogen zich te kunnen verbinden, waarop moet je dan sensitief zijn? En met wat en wie ben je dan precies in verbinding als je traumasensitief wilt werken?

In deze lezing neemt Dante je mee in de gelaagdheid van traumasensitief werken. Traumasensitief werken vraagt om sensitiviteit voor de hele mens, voor alles wat er naast de wond ook aanwezig is. Wat betekent dat in de manier waarop we verbinding en contact maken met de ander. Wat vraagt dat van een behandelaar? En wat vraagt het van een cliënt? Wat komen we daarin tegen bij de ander, bij onszelf en dat wat tussen ons ligt. Wat helpt om verbindingen te creëren die bijdragen aan veiligheid, erkenning en heling van vroegkinderlijk trauma?

Dante Marleen maakt gebruik van inzichten uit de wetenschap, klinische praktijk en put uit haar eigen ervaring als professional en cliënt. Zij creëert ruimte voor ontmoeting, verbinding en duurzame heling.

Dr. Hanneke Kalisvaart is geregistreerd psychomotorisch therapeut, senior onderzoeker en gecertificeerd trainer in Sensorimotor Psychotherapy. Ze heeft een passie voor alles wat het lichaam vertelt en is gespecialiseerd in somatische symptoom stoornissen.

De Lezing:

Deze lezing gaat over een groepsmodule Sensorimotor psychotherapy voor mensen met een persoonlijkheidsstoornis en vroegkinderlijk trauma. In 12 sessies leren cliënten lichamelijke regulatievaardigheden die hen helpen om meer binnen hun Window of tolerance te kunnen zijn. De attitude is onderzoekend en doet recht aan de diversiteit aan ervaringen en problemen van de groepsleden. Dit levert leerzame nieuwe stappen op en de module wordt inmiddels met een multicentre RCT onderzocht.

Renate Hoenselaar is na haar Bachelor Danstherapie (1990) gaan werken in de GGZ en is sinds 2000 binnen haar eigen praktijk werkzaam. In 2010 heeft ze de Master Dance Therapy en de Supervisoren opleiding afgerond. Daarnaast heeft ze de training SensoryMotor Psychotherapy (Level 1) gevolgd van Pat Ogden. Ze is werkzaam in haar eigen Praktijk Hoenselaar en bij de Master of Arts Therapy, Codarts Rotterdam. Ze heeft in verschillende werkgroepen gezeten en bestuursfuncties vervuld binnen Vaktherapie Nederland en is voorzitter geweest van de Nederlandse Vereniging voor Dans- en Bewegingstherapie (NVDBT).
Haar ervaring in het werken met (complexe) PTSS, dissociatie en DIS/AGDS heeft ze via scholing en in de praktijk opgedaan. Ze werkt met verschillende (S)GGZ instanties en zelfstandige praktijken in Nederland samen. Ze heeft meegewerkt aan het eerste Nederlandse danstherapieboek.

Titel van de lezing: 

“Vele kleine stukjes van de puzzel maken (je) samen tot een geheel!”

Toelichting:

Werken met CPTSS en DIS bij vroegkinderlijke chronische traumatisering is als een dans: aanvoelen, meebewegen, aanwezig zijn, afstand nemen, dichter bij komen, (aan)raken, twee stappen voorwaarts of zijwaarts, van heel klein bewegen tot heel groot bewegen. Het is een uitdagende choreografie die samen met de deelnemer al puzzelend en onderzoekend gemaakt moet worden. En voor die puzzel is theorie of wetenschap alleen niet voldoende. Daarvoor wil de deelnemer gezien, gehoord en (aan)gevoeld worden wat een uitermate nauwkeurigheid vraagt om te lezen wat er aan beweging is, en om te zien wat er in het lichaam gebeurt. Zeker geen makkelijke opgave maar wel een uitdagende dans voor ons als behandelaren. Ik noem het altijd een puzzel die we samen moeten leggen en waarbinnen we samen gaan kijken wat wel of niet passend is. Een puzzel waarin je stukjes die niet passen mag weggooien, of voor nu aan de kant mag leggen, om uiteindelijk naar een gehaal te komen. Hoe ik dit binnen dans- en bewegingstherapie doe zal ik in deze lezing en praktijk ervaren binnen deze lezing.
Mijn moto: ‘Je hoeft niet te kunnen dansen om in beweging te komen!’

Literatuur:

Eberhart-Kaechele, M. (2012). Memory, metaphor, and mirroring in movement therapy with trauma patients. In S. Koch, T. Fuchs, M. Summa, & C. Müller (Reds.), Body Memory, Methaphor and Movement. Amsterdam, Nederland: John Benjamins B.V..

Moore, C. (2006). Dance movement therapy in the light of trauma. Research findings of a multdisciplinary project. In S. Koch (Red.), Advances in Dance/Movement Therapy (pp. 104-115). Berlin, Duitsland: Logos Verlag.

Ogden, P., & Fisher, J. (2017). Sensorimotor psychotherapy: Interventies voor traumaverwerking en het herstel van gehechtheid. Haarlem, Nederland: Mens!

Samaritter, R. (2020). Danstherapie: Verkenning van het werkveld (pp……). Den Haag Acco.

Tony Bloemendaal is klinisch psycholoog – psychotherapeut. Hij werkt als P-opleider bij Fivoor en is ook regiebehandelaar binnen de TBS kliniek van Fivoor.
Bij het Erasmus MC promoveert hij op zijn onderzoek naar de invloed van de eigen jeugd van hulpverleners op hoe zij omgaan met stress, trauma’s en geweld op de werkvloer (promotoren zijn Prof Niels Mulder en Prof Miranda Olff).
Ook is hij maat bij TeamNEXT, van waaruit hij lezingen en workshops verzorgt over de gevolgen van trauma en verwaarlozing.

De lezing:

Alles wat mensen meemaken in hun leven, heeft invloed op de ontwikkeling. Vroege ervaringen hebben meer invloed dan latere. Hoe ziet die invloed eruit? Hoe kunnen we bepaalde problemen, klachten en gedrag beter begrijpen als we beter snappen hoe de ontwikkeling verloopt? Soms is het namelijk makkelijker om voor anderen te zorgen dan voor onszelf. Hulpverleners hebben (op groepsniveau) meer overeenkomsten in hun ontwikkelingsgeschiedenis met de mensen met wie ze werken, dan met de algemene bevolking. Wat betekent dit voor de zorg?
Op deze en andere vragen zal ik ingaan in mijn lezing.